Stefan Blonk | De Kever
251
post-template-default,single,single-post,postid-251,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,boxed,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-4.4.1,,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

De Kever

De Kever

 

 

In de tijd dat ik in Halstatt op school zat, ging ik in de weekenden vaak naar huis. Een klasgenoot van mij kwam ook uit Hollenstein. Zijn oudere zus, Manuela heette ze, bracht ons dan vaak terug naar school. Dat kwam goed uit, want met het openbaar vervoer kostte het een uur of 5 en met de oude VW Kever van Manuela een kleine twee uur, waardoor we een dag langer thuis konden zijn.

Om een uur of 5 ’s ochtends wandelde ik dan naar het huis van Manuela en klasgenoot Sepp. Sepp stond al te wachten met aan zijn voeten de enorme Deense dog van Manuela. De hond, Bonzo geheten,  was al wat ouder, maar zijn enthousiasme voor dit soort ritjes was nog altijd heel groot. Zo gauw Bonzo me zag kwam hij op me afgerend, zette zijn beide voorpoten op mijn schouders en begon mijn gezicht af te likken. Het ergste daaraan was, dat Bonzo net een hele bak varkenspens op had en dientengevolge verschrikkelijk uit zijn muil stonk.

Op het moment dat Manuela naar buiten kwam liet Bonzo me goddank met rust. Terwijl ze haar leren auto ralley handschoentjes aantrok draaide Bonzo om haar heen, luid blaffend van enthousiasme. “Stil toch, je maakt de buren nog wakker!” schreeuwde ze hem toe.

“Ik ga voorin!” zei ik snel, angstig om met Bonzo op de achterbank te belanden. Manuela lachte naar me. Ik voelde hoe ik begon te blozen. Manuela was groot, vooral haar voorgevel was indrukwekkend. Ze had een prachtig gezicht, straal blauwe ogen en haar lange blonde haar leek te schitteren in het donker van de vroege ochtend. Snel liep ik naar de Kever en ging voorin zitten.

Met enige moeite installeerden Bonzo en Sepp zich op de achterbank. De hond hijgde enthousiast en keek ietwat nerveus om zich heen. Af en toe jankte hij zachtjes om vervolgens ineens te gapen, zijn enorme muil wijd opensperrend. De lucht in de kleine auto was na luttele seconden al om te snijden.

Ik draaide mijn raampje wat open om nog te kunnen ademen. “Max, schatje,” zei Manuela, “we worden nog allemaal ziek. Kun je het raampje dichtdraaien?” Sepp kwam te hulp:  ” Zus, die hond stinkt uit zijn bek! We krijgen geen lucht!” Manuela lachte me even lief toe, bukte over me heen en terwijl haar grote borsten net iets langer dan nodig op mijn schoot rustte draaide ze het raampje dicht.

De geur die daarbij even mijn neus raakte en de vreselijke stank van Bonzo’s dieet wegdrukte, bezorgde me een enorme ochtenderectie, die ik snel probeerde te camoufleren door mijn benen over elkaar te doen. Alsof ze me toch wel doorhad, knipoogde Manuela naar me en zei ” Maxi toch!”

We reden met een noodvaart het dorp uit en over bochtige bergwegen richting Halstatt. In de bochten werden we heen en weer geslingerd. Maar we genoten van de agressieve maar zekere rijstijl van Manuela. Vooral Bonzo! Bij elke bocht die we vol gas uit scheurde blafte hij bewonderend naar zijn bazin.

De Kever met zijn 1300 cc 4 cilinder motor maakte een gigantische herrie. De uitlaat leek me kapot, want als we langs een bergwand reden en Manuela nog eens extra gas gaf hoorde je de echo van de raspende en brullende motor.

In de buurt van Hieflau is de weg recht en vlak. Hier reed Manuela een stuk rustiger en praatte honderduit over van alles en nog wat. Haar vriendinnen, haar opleiding die ze niet had afgemaakt, de lokale kroegen en hoe mooi het leven in de stad is en hoe graag ze naar Wenen zou verhuizen. Ondertussen lag Bonzo met zijn kop op het been van Sepp te slapen. Een enorme natte vlek achterlatend op zijn jeans.

Ineens werd de hond onrustig, begon rondjes te draaien op de achterbank. “Alarm!!” schreeuwde Sepp naar zijn zus. Onmiddellijk parkeerde ze de auto en liet Bonzo naar buiten. Het was al bijna te laat want nog geen meter van de Kever verwijderd liet Bonzo een hoop stront die groter was dan men voor mogelijk houdt. Door de open achterdeur kwam er onmiddellijk de geur van een pas gemest weiland naar binnen. De lucht was zo intens dat ik de Kever onmiddellijk moest verlaten om niet over te geven. Bleek van misselijkheid staarde ik voor me uit. “Kom je Maxi? Dan gaan we even koffie drinken. Hier vlakbij is een goede konditorei, hebben ze lekker slagroom gebak!” zei Manuela. Verbaast keek ik haar aan. Bonzo zat al weer op de achterbank, vrolijk nahijgend van zijn grote boodschap. Sepp ging er weer naast ziiten. “Mestkever,” mompelde hij zachtjes.

 

No Comments

Post a Comment