Stefan Blonk | Hydra
257
post-template-default,single,single-post,postid-257,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,boxed,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-4.4.1,,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

Hydra

Hydra

 

 

In de haven van Hydra, het mooiste van alle Griekse eilanden, zit al 100 jaar een man. Hij heeft een lange grijze baard. Altijd draagt hij een zeemanspet en zijn shirt is blauw-wit gestreept. Iedereen op het eiland kent hem, maar hij wil, omgekeerd, maar een paar mensen kennen. Hij is erg kieskeurig in het beantwoorden van begroetingen. De één wordt allerhartelijkst gegroet, uitgenodigd om even bij hem te zitten, de ander gunt hij geen blik waardig.

Als er een onbekende boot aankomt, leid hij ze naar een plek en vertelt waar ze havenbelasting moeten betalen. Dat is zijn vak niet, hij is werkeloos, maar de havenpolitie is blij met zijn zelfgekozen taak en laat hem begaan. Hij leeft van de fooien van de luxe jachteigenaren en het gerucht gaat dat hij 5 huizen heeft en de hele winter in Florida woont.

Twee en een halve meter bij de terrassen aan de haven voorbij, is het kleine restaurant van Stavros en Tassula. Zij is nogal hysterisch hartelijk en hij heel rustig en vriendelijk. Het eten is er heerlijk, het is er altijd vol en de gasten worden een paar keer per avond getrakteerd op een knallende ruzie tussen Stavros en zijn vrouw. Vervolgens verzoenen ze zich, publiekelijk. En het liefst pakt hij dan na het koken zijn gitaar en speelt en zingt voor zijn gasten. Ondertussen schenkt zijn vrouw de glazen nog eens vol. De rekening rondt ze naar beneden af, het laatste drankje was van het huis en een fooi wil ze niet. Als ze een bord eten naar buiten brengt snoept ze er een paar frietjes af.

De moeder van Stavros, Helena, heeft een huis aan het water. Het is 20 minuten lopen van de haven. De kamers hebben het mooiste uitzicht dat je kunt bedenken. Als je aankomt roept ze al je naam. Maakt niet uit dat je er nooit was. Terwijl ze het ruime appartement laat zien lacht ze aan één stuk door en vraagt de ene vraag na de andere zonder een antwoord te verwachten of er naar het antwoord te luisteren. Het hoogtepunt, of het dieptepunt, is de kleine keuken. “Alles is er”, zegt ze “je kunt ontbijt maken, lunch, koffie, zelfs een heel diner!” “Natuurlijk kun je net zo goed bij mijn zoon in het restaurant gaan eten, maar je kunt echt alles hier zelf koken.” Ik kijk nog eens rond in de keuken als Helena ons alleen heeft gelaten. Er is één elektrische pit, er is één pan, een kleine, al het bestek en alle glazen en boorden zijn vies. Zelfs de waterkoker moet ik eerst schoonmaken. Dan gaan Max en ik  maar weer bij Stavros eten. Makkelijke beslissing! “Max! How are you?” roept ze al van verre. En zonder de kaart te geven: ” What you want to eat?”

Ik krijg gehaktballetjes, de laatsten, want bij de buurtafel kunnen ze niet meer besteld. ” Don’t give the meatballs to the ladies, he?” Zegt ze terwijl de tafel helemaal gevuld wordt met eten. Gratis theater. Geweldig.

No Comments

Post a Comment