Stefan Blonk | Perm, Musica Aeterna
254
post-template-default,single,single-post,postid-254,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,boxed,select-child-theme-ver-1.0.0,select-theme-ver-4.4.1,,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive

Perm, Musica Aeterna

Perm, Musica Aeterna

 

 

 

Het aller moeilijkste van werken in Rusland vind ik dat het haast onmogelijk is te gaan trainen. Vaak werkt het weer ook niet echt mee. Eigenlijk is alleen de zomer geschikt om buiten te sporten.

Ik was in Perm, in maart, een stad met 2 miljoen inwoners aan de oost kant van de Oeral. ’s Nachts vroor het 7 tot 10 graden, overdag was het 1 of 2 graden boven nul. De straten behoren tot de smerigste die ik ooit zag. Zelfs de kortste wandeling veranderd je schoenen in lichtbruine modderlaarzen. In de hal van het hotel staat een schoenpoetsmachine, die is zo smerig, dat je niets anders doet dan de modder er nog dieper in wrijven.

Ik speel in orkesten, klassieke muziek. Op hoorn, liefst oude instrumenten. Er zijn in heel Europa orkesten die daar in gespecialiseerd zijn. Daardoor reis ik veel. En overal waar ik kom gaan mijn hardloopschoenen mee. Langs de kust bij San Sebastian, door de straten en parken van Parijs, een rondje om het keizerlijk paleis van Tokyo, de lijst is eindeloos, de ervaringen vaak prachtig.

Maar in Perm durf ik niet zo goed. Het is in de vroege ochtend te gevaarlijk. Niet alleen glad, maar het verkeer is ook erg druk. ’s Middags is het weer te nat op straat. Tegen de avond sneeuwt het vaak weer. Toch maar proberen. In de late middag van de derde dag hou ik het niet meer uit, ik moet lopen.

Het is druk op straat. Mensen kijken me raar aan, hier rent niemand. Mijn lange tight, mijn schoenen, alles zit binnen 10 meter onder de modder. Ergens moet een rivier zijn, die kant ga ik op. Bij het rennend oversteken, trekt een BMW vol gas een paar meter op om me te laten schrikken, in het piepkleine park valt een bouvier me aan en wil een oude vrouw me een klap geven met haar wandelstok. Ik overleef alle aanvallen en kom bij de rivier. De sneeuw is hier nog wit. Helaas ook erg dik en zacht. Echt fijn lopen is het niet. Mijn voeten zijn nat en koud.

Dan moet ik een tunneltje door, er is een spoorlijn. Aan de andere kant van de tunnel staan 5 of 6 jongens met zwarte leren jassen, ze roken allemaal. Het stinkt als bij de deur van een koffieshop in Amsterdam.

Eén van de jongens heeft een pistool in zijn hand, ik zie het nog net. De jongens kijken naar mij. Niet lang, want ik heb me al omgedraaid voor een wat langere tempoversnelling!

Terug in het hotel besluit ik maar naar het fitnesscentrum te gaan voor de rest van de training. De man achter de balie spreekt alleen Russisch. Hij wil mijn paspoort, dat begrijp ik nog. En ik moet van te voren betalen. Hij laat wel even de ruimtes zien. Eén loopband maar. Gelukkig niet bezet.

Ik loop omdat ik buiten wil zijn, ik hou van het weer, de zon, de regen, de wind, uitzichten, mooie wolken. Dan valt een loopband in een bedompte ruimte niet mee. Ik hou het, met enige moeite, een half uur vol. Dan doe ik wat krachtwerk. De apparatuur is slecht, de ruimtes klein, de prijs van een uur sporten pure diefstal. Terwijl ik naar de douches ga, vraagt een vrouw of ik sex met haar wil tegen betaling. Ik bedank voor de eer. Onder de douche beloof ik mezelf hier nooit meer heen te gaan. No more Perm.

’s Avonds hebben we voorstelling. De prachtige zaal is mooi verlicht, het is vol, de spanning zinderend. De dirigent komt op en we beginnen de ouverture van “Figaro” een opera van Mozart. Het orkest klinkt fenomenaal, de inzet en passie spat uit de orkestbak de zaal in. De zangers zijn allemaal fantastisch. Het is een groot feest en na afloop drinken we en eten we samen met de collega’s uit Duitsland, Hongarije, Rusland en ik als enige Nederlander. En ineens vind ik het weer een feest om hier te zijn. Een violist vraagt me: “je komt toch wel weer een keer meespelen?”

“Natuurlijk!” zeg ik.

De volgende dag gaan we naar Moskou met de hele groep. Het ontbijt in het hotel is slecht. Bovendien zijn de Russische bokskampioenschappen voor politiepersoneel aan de gang. Alle tafels zijn bezet met star voor zich uit kijkende nare mannen. Sommigen zijn 2 meter lang en breed, anderen vlieggewichten. Ze hebben heel oude adidas trainingspakken aan en lopen allemaal op slippers.

Ik besluit om bij een restaurant te ontbijten. Het is in een winkelcentrum. Op de 1e verdieping is een winkel met mitrailleurs. Families met kinderen lopen er langs of het heel normaal is. In de kelder is een café waar je heerlijk koffie kunt drinken en ontbijten. Het is er gezellig en een beetje sjiek. In de hoek bij de uitgang zitten vier mannen met laptops. Ze staan open op voor mij totaal onbekende sites met grafieken. Om de paar minuten komen mannen binnen die grote stapels geld onder de tafel doorgeven. Eén keer gaat er één naar buiten met een bezoeker. De man ziet lijkbleek terwijl de ander op hem inpraat.

Na mijn heerlijke ontbijt loop ik naar het hotel om mijn koffer te pakken. Een groep boksers loopt me voorbij. Ze rennen! Met 5 man, de armen wijd, de blik intimiderend. Iedereen gaat snel opzij. Ah! Zo doe je dat dus.

 

No Comments

Post a Comment